Education

‘Promovendi voelen zich vaak ondergewaardeerd’

Iedere promovendus aan de TU zou een mentor moeten hebben. Dat vindt Catholijn Jonker, promovendimentor bij Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica.

Zoals een beginnende hoogleraar eigenlijk ‘een maatje’ zou moeten hebben die af en toe vraagt hoe het gaat, zo zouden ook alle promovendi een mentor moeten hebben. Daarvoor pleit promovendimentor prof.dr. Catholijn Jonker.
Jonker en haar collega prof.dr.ir. Gerard Meijer zijn nu ongeveer een jaar promovendimentor bij Elektrotechniek, Wiskunde & Informatica (EWI) en hebben vijf tot zes promovendi geholpen die aanklopten met problemen.
Volgens Jonker zou dat aantal hoger moeten liggen, gezien het hoge aantal promovendi (ruim vierhonderd bij EWI), het promotierendement en de duur van promotieonderzoeken aan de TU.

Uit een pilot blijkt dat van alle promovendi die in 2001 aan de TU begonnen, zestig procent het promotieonderzoek ook daadwerkelijk heeft afgerond. Voor promovendi die in 2002 begonnen, ligt dat aantal op 55 procent en voor 2003 op 51 procent. Deze cijfers kunnen overigens nog iets stijgen door late promoties. Na vijf jaar is slechts 35 procent klaar.
Hoewel het geen TU-beleid is om op elke faculteit promovendimentoren aan te stellen, ziet iedere faculteit het nut er wel van in, meent Hans Suijkerbuijk van de afdeling instellingsbeleid. Volgens hem zijn er mentoren bij Industrieel Ontwerpen, Technische Natuurwetenschappen en onderzoeksinstituut OTB. Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek is er mee bezig.
Veelgehoorde klachten van promovendi zijn volgens Jonker: ‘Mijn begeleider begrijpt me niet goed’ en: ‘Ik krijg mijn ideeën niet over het voetlicht.’ Ze hebben het gevoel ondergewaardeerd te zijn. “Meestal ligt dat aan communicatie. Als een begeleider een dominante stijl heeft, komt een promovendus er niet doorheen.”

Ook durven promovendi hun onzekerheid niet te uiten. “Ze zijn bang dat ze een beeld creëren dat ze het niet kunnen.”
Jonker neemt het aan de andere kant ook op voor begeleiders, voor wie respect soms ontbreekt. “Soms gaan aio’s er ook met het idee van een begeleider vandoor. De kwestie van het intellectueel eigendom geeft vaak frictie.”

Al tweemaal heeft Jonker met succes een extra begeleider ingeschakeld. Jonker is wat dat betreft ervaringsdeskundige: ooit zocht zij voor zichzelf een andere promotiebegeleider, bij een andere universiteit.
Aio’s zouden volgens Jonker moeten worden gesterkt om problemen zelf op te lossen. “Bespreek dingen, zorg voor een intervisieclub, regel een netwerk dat je opvangt, heb een mentor en een vakinhoudelijk persoon om mee te praten. Stap er op af, misschien is twee tot drie keer praten genoeg.”
Ook zouden aio’s tijd moeten claimen bij hun begeleiders, ze meer en op tijd geïnformeerd moeten houden en overzicht over het onderzoek moeten houden.
Begeleiders adviseert ze hun tijd voor de promovendi effectief in te zetten en stiltes in gesprekken niet zelf in te vullen. Dat laatste vergroot misschien het gevoel van eigenwaarde van begeleiders, maar zeker niet dat van de beginnende onderzoekers die daardoor denken het dus niet zelf te kunnen.

Drinkwatergebruik in Nederland kan door besparing en hergebruik in een huishouden met de helft verminderd worden tot zo’n zestig kubieke meter per jaar. Dat stelt het rapport ‘Every drop counts’ dat woensdag werd gepresenteerd bij Bouwkunde. Onderzoekers van Bouwkunde schreven het voor het milieuprogramma van de VN. Mensen zijn zich onvoldoende bewust van de waterkringloop, stellen de auteurs.

www.unep.or.jp

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.