Als de overheid met ingang van 2005 niet-EU-studenten niet langer zal bekostigen, kan dat grote gevolgen hebben voor een aantal masteropleidingen aan de TU Delft.
Deze masteropleidingen zijn wat betreft studenteninstroom voor een groot deel afhankelijk van studenten uit niet-EU-landen. Dat blijkt uit cijfermateriaal over studenten die vorig studiejaar stonden ingeschreven aan de TU Delft. Cijfers over promovendi uit niet-EU-landen zijn niet voorhanden, omdat hun nationaliteit niet apart wordt geregistreerd.
Het percentage niet-EU-studenten bij de masteropleiding elektrotechniek bedroeg 38,5 procent (87 van de in totaal 226 studenten). Daarmee vergeleken steekt het aantal buitenlandse studenten uit EU-landen die de master volgen magertjes af: 3,5 procent.
De master scheikundige technologie (in totaal 130 studenten), laat een vergelijkbaar beeld zien: 35 procent niet-EU-studenten, en van buitenlandse student uit de EU was bij deze masteropleiding zelfs helemaal geen sprake.
Bij de master technische aardwetenschappen is bijna 49 procent van de 78 studenten uit niet-EU-landen afkomstig, en slechts negen procent uit de EU. Bij de opleidingen bouwkunde en industrieel ontwerpen is het aantal niet-EU-studenten overigens weer relatief klein.
Collegevoorzitter Hans van Luijk hekelde vorige week tijdens de opening van het academisch jaar het voornemen van het kabinet om niet langer de niet-EU-studenten te bekostigen. In een vergadering met studentenraad en ondernemingsraad had hij dat beleidsvoornemen al als inconsistent beleid gekwalificeerd. In een artikel op de opiniepagina van NRC handelsblad somde Van Luijk vorige week de bezwaren van de drie TU’s tegen het plan op. De kwaliteit van vooraanstaand onderzoek zou er ernstig onder kunnen lijden, wat volgens Van Luijk moeilijk te rijmen valt met nadruk van de regering op innovatie als motor van de economie.
De cijfers over het huidige studiejaar zijn nog niet compleet, maar door een verhoogd collegegeld lijkt het aantal niet-EU-studenten nu al te dalen. (JP)
Deze masteropleidingen zijn wat betreft studenteninstroom voor een groot deel afhankelijk van studenten uit niet-EU-landen. Dat blijkt uit cijfermateriaal over studenten die vorig studiejaar stonden ingeschreven aan de TU Delft. Cijfers over promovendi uit niet-EU-landen zijn niet voorhanden, omdat hun nationaliteit niet apart wordt geregistreerd.
Het percentage niet-EU-studenten bij de masteropleiding elektrotechniek bedroeg 38,5 procent (87 van de in totaal 226 studenten). Daarmee vergeleken steekt het aantal buitenlandse studenten uit EU-landen die de master volgen magertjes af: 3,5 procent.
De master scheikundige technologie (in totaal 130 studenten), laat een vergelijkbaar beeld zien: 35 procent niet-EU-studenten, en van buitenlandse student uit de EU was bij deze masteropleiding zelfs helemaal geen sprake.
Bij de master technische aardwetenschappen is bijna 49 procent van de 78 studenten uit niet-EU-landen afkomstig, en slechts negen procent uit de EU. Bij de opleidingen bouwkunde en industrieel ontwerpen is het aantal niet-EU-studenten overigens weer relatief klein.
Collegevoorzitter Hans van Luijk hekelde vorige week tijdens de opening van het academisch jaar het voornemen van het kabinet om niet langer de niet-EU-studenten te bekostigen. In een vergadering met studentenraad en ondernemingsraad had hij dat beleidsvoornemen al als inconsistent beleid gekwalificeerd. In een artikel op de opiniepagina van NRC handelsblad somde Van Luijk vorige week de bezwaren van de drie TU’s tegen het plan op. De kwaliteit van vooraanstaand onderzoek zou er ernstig onder kunnen lijden, wat volgens Van Luijk moeilijk te rijmen valt met nadruk van de regering op innovatie als motor van de economie.
De cijfers over het huidige studiejaar zijn nog niet compleet, maar door een verhoogd collegegeld lijkt het aantal niet-EU-studenten nu al te dalen. (JP)
Comments are closed.