De TU Delft, de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam komen over enkele weken met een conceptnotitie over hun samenwerking. Dat zei collegelid Paul Rullmann gistermiddag tijdens het diesdebat bij Bouwkunde.
In het document vatten de drie universiteiten hun visie op samenwerking samen. Pas daarna vindt Rullmann de tijd rijp voor een debat, zei hij nadat studenten hadden geopperd om een niet-bindend referendum via social media te houden.
Tijdens het debat – georganiseerd door studievereniging Stylos, Studium Generale en de Delftse studentenvakbond VSSD – uitten studenten weer hun onvrede over het feit dat er na publicaties in de media over een fusie weinig is gecommuniceerd.
Rullmann zei dat hij niet voor een referendum is. “We hebben er last van gehad dat een journalist bij elkaar rommelt wat hij kan vinden en dan in de krant schrijft dat het een fusie is. Even rustig aan doen, hebben we gezegd. Als er straks een notitie ligt, willen we er graag met iedereen over praten.”
Op de vraag of Karel Luyben straks de enige rector is die overblijft, antwoordde hij dat dan zijn periode is afgelopen. “Maar ik ben bereid mij op te offeren en mij terug te trekken als rector.”
In april vorig jaar meldde Delta al dat de TU volgens collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg moet durven nadenken over een samengaan met Leiden en Rotterdam. Daarbij meldde hij dat fusie een serieuze mogelijkheid is.
Drie maanden later schreef NRC Handelsblad dat de drie universiteiten de komende zes tot acht jaar fuseren tot een superuniversiteit. Dat deed veel stof opwaaien waarna Van den Berg tijdens de opening van het collegejaar zei dat ‘de inhoud veel spannender en interessanter is dan de structuur’.
Tijdens het diesdebat hield Rullmann daaraan vast. “De organisatie volgt de inhoud, maar als je de vorm niet regelt blijft het vrijblijvend.” Rector Luyben zei dat de media er voor verantwoordelijk waren dat er na het artikel over een fusie weinig is gecommuniceerd. “Wij hebben minstens honderd meetings gehad, met wetenschappers en studenten. Er gaan nog duizenden meetings overheen. Als iemand iets verzint in de krant, moet hij het zelf weten.”
Dat was tegen het zere been van de voorzitter van de ondernemingsraad (or) Dineke Heersma: “Ik hoor u praten over honderden besprekingen, maar met de or zijn er twee informele praatjes geweest.”
Studenten – zo bleek tijdens het debat – zijn tevreden zijn met de huidige samenwerking. “Moet het nog meer? Om wat precies aan te pakken?”, vroeg VSSD-voorzitter Mariska Heidema zich af.
Een groter minorenaanbod verrijkt volgens Rullmann de opleiding en zorgt ervoor dat studenten allround functioneren. Ook wees hij op het strategisch belang in de regio. “Als je een poging kunt doen kennisinstellingen hechter te laten samenwerken, sla je meer vliegen in een klap.”
Wat betreft onderzoek noemde Rullmann het topsectorenbeleid van het kabinet een ‘heel gevaarlijk beleid’. Luyben viel hem bij. “De overheid trekt vijfhonderd miljoen euro op jaarbasis uit het onderzoek en veronderstelt dat het bedrijfsleven dat erin gaat stoppen.”
Bij de stelling dat wetenschappers zelf moeten kunnen kiezen met wie ze samenwerken zei Luyben dat die ‘suggereert dat een fusie mensen verplicht tot samenwerken’. “Dat zou impliceren dat wetenschappers in Delft met wetenschappers in Delft moeten samenwerken. Dat is niet waar. Vijftig procent van de publicaties is met het buitenland. Wetenschappers laten zich niet aan banden leggen. De mogelijkheden nemen niet toe of af.”
Delta hield in oktober een enquête onder medewerkers en studenten over een fusie. Daaruit bleek dat 72 procent in meerdere of mindere maten tegen een fusie is.
Zie ook: Geen fusie, maar een strategische alliantie
Niet de feitelijke studie, maar de nominale duur van een studie moet de maat der dingen blijven, schrijft de staatssecretaris aan de Tweede Kamer. De fractie van GroenLinks had de staatssecretaris gevraagd om een regeling die meer recht doet aan de zwaarte van opleidingen, maar die leidt volgens hem tot rechtsongelijkheid.
Bovendien zou het aandeel universitaire langstudeerders bij “zwaar geachte opleidingen in de gezondheidszorg en natuur” juist lager zijn dan het gemiddelde: respectievelijk veertien en twaalf procent, tegen ongeveer negentien procent van de bachelorstudenten recht en taal & cultuur.
Techniekstudenten passen overigens minder goed in zijn redenering: van hen doet 22 procent te lang over zijn bachelor.
Comments are closed.