Toenemende studentenaantallen leiden niet alleen tot kamernood en volle collegezalen, ook het sport- en cultuurcentrum zit bomvol.
Was het in 2005 de ambitie om in 2010 het aantal bezoeken te verdubbelen, inmiddels is het sport- en cultuurcentrum dat aantal ver voorbij. Volgens directeur Raymond Browne waren er in 2005 300 duizend bezoekers. “Nu zijn we hard op weg naar het miljoen.”
De groei van het aantal bezoekers wordt vooral veroorzaakt door de eigen TU-studenten. Het was de bedoeling ook andere studenten te werven, maar die worden volgens Browne nu weggedrukt door de eigen studenten. Daarnaast maken steeds meer medewerkers gebruik van het sport- en cultuurcentrum, gestimuleerd door het individueel keuzemodel arbeidsvoorwaarden. Vooral het fitnesscentrum blijkt erg populair. In 2009 waren er 3500 mensen met een fitnesskaart. “Daarmee zijn we de grootste fitnessclub in de regio.”
De groei van het aantal bezoekers leidt net als bij de faculteiten tot krapte. Browne probeert die op te lossen door ‘creativiteit’. “We zijn bijvoorbeeld kritischer op matig bezochte evenementen. En wellicht kan het aantal bezoekers in de middag door flexibilisering van het studierooster verder stijgen.”
Nieuwe uitbreidingen kan het sport- en cultuurcentrum niet zomaar doen. Met de sportkaart is maar 25 procent van de kosten gedekt, aldus Browne. Studenten betalen 92,50 euro voor een sportkaart, als ze ook willen fitnessen moeten ze 95 euro bijbetalen. Medewerkers zijn 349 euro kwijt voor een sportkaart, inclusief fitness.
Het spin-off-bedrijf van de TU dat drijvende woningen en steden ontwerpt, werkt momenteel samen met Public Domain Architecten aan een drijvend expositie- en ontvangstgebouw in de Rotterdamse Rijnhaven. Behalve de Nederlandse media is dat ook de New York Times niet ontgaan. “Nederlanders staan bekend om de innovatieve wijze waarop ze met overstromingsgevaar omgaan. Niet gek dus dat ze er nu drijvende steden ontwerpen”, aldus de aanvang van het artikel dat dinsdag (27 oktober) in de NYT verscheen.
Comments are closed.