Education

Student vindt zichzelf tijger in bed

Ben jij goed in bed? Ja, zegt ruim de helft van alle studenten. Nog eens twaalf procent vindt zichzelf ‘zeer goed’. Een droeve minderheid van 6,6 procent noemt zich matig of zelfs slecht.

Allerlei uitkomsten rollen uit de enquête van Studenten.net en Nieuwe Revu. De makers ondervroegen bijna drieduizend studenten over hun seksleven en kregen allerhande antwoorden. Van anale seks tot seksspeeltjes, niets blijft onbesproken.

Zo doet bijna dertig procent van de studenten wel eens aan anale seks: één op de vijf een paar keer per jaar en nog eens vijf procent van hen een paar keer per maand. Een kleine – misschien niet zo serieus vragenlijst invullende – groep van 2,7 procent daarvan doet het meerdere keren per week. Van de zeventig procent die de kringspier onbenut heeft gelaten, wil eenderde de variant ooit eens uitproberen.

Ruim de helft is voor zijn achttiende ontmaagd, terwijl 11,2 procent ten tijde van de enquête nog maagd was. Van de respondenten is 93 procent heteroseksueel, 2,3 procent homoseksueel en 4,6 procent biseksueel.

Over de one-night-stand verschillen de opvattingen sterk. Bijna de helft heeft er wel eens een beleefd, terwijl 43 procent hiervan gruwt. Slechts 8,6 procent duikt geregeld voor een avondje met iemand het bed in. Verenigingsleden doen dit trouwens vaker: 11,8 procent.

Tweederde van de studenten pakt er liever geen dildo of vibrator bij, maar de rest doet dat wel eens. Een enkeling hanteert ruigere attributen, zoals zweepjes en handboeien.

Een triootje? Ook dat doen studenten wel eens, maar niet zo vaak: 90,8 procent heeft het nog nooit voor elkaar gekregen, maar 56,6 procent fantaseert erover. Slechts 7,1 procent doet het een paar keer per jaar gedrieën. De meesten hebben daarbij een voorkeur voor twee vrouwen en een man.

In de categorie ‘serieuzere feiten’: 22 procent gebruikt nooit een condoom en 16,2 procent zelden. Slechts 23,3 procent doet dit altijd. Intussen meldt 7,6 procent een geslachtsziekte te hebben opgelopen, zoals chlamydia (64 procent van hen), herpes (24,7 procent) of genitale wratten (20,4 procent). Er was er maar eentje die hiv zei te hebben. Waarschijnlijk hebben meer studenten geslachtsziektes, want die willen wel eens onopvallend sluimeren.

De overgrote meerderheid van 82,3 procent heeft geen vervelende ervaringen met seks gehad. Maar 11,2 procent is wel eens geïntimideerd, 7,5 procent aangerand en drie procent verkracht.

De kelder, de begane grond en de eerste verdieping (ofwel: de plint) van het gebouw van Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG) is over drie jaar ingrijpend veranderd. Dat blijkt uit het voorlopig ontwerp voor de plint zoals die vorige week aan medewerkers werd gepresenteerd door decaan Louis de Quelerij en OIII architecten.

De onderrand van het gebouw bestaat nu nog uit open onderdoorgangen, twee uitbouwen voor collegezalen en nieuwbouw voor Geowetenschappen. Een transparante luifel met één centrale hoofdingang, een campuscafé en een winkelruimte moet deze losse elementen verbinden. In de luifel zelf komen project- en vergaderruimtes.

Volgens dit eerste plan krijgt de luifel een meanderende lijn die niet alleen doet denken aan civiele werken als brugconstructies maar ook aan aardlagen (geowetenschappen). De naar voren springende luifel met hoofdingang zou qua vorm aansluiten bij de entree van de Aula.

Bij de hoofdingang neemt het restaurant een centrale plek in. Het restaurant krijgt studieplekken waardoor het de hele dag in gebruik moet zijn en levendigheid uitstraalt. Door gebruik van veel glas vormt het restaurant een open verbinding naar het Mekelpark en – via een entresol – naar de eerste verdieping.

Daarmee moet niet alleen het probleem van onvindbare entrees zijn opgelost, maar ook de onhandige indeling waarbij een doorgaande route pas op de eerste verdieping was te vinden.

De facultaire bibliotheek verdwijnt. Die is volgens de decaan nu vooral in gebruik als stille werkplek. “De additionele waarde van een eigen collectie is bijna nul”, zegt De Quelerij. De bibliotheek zal dan ook in zijn geheel worden ingericht als stille werkplek. Alleen tijdschriften krijgen een plek op de entresol.

De achterzijde van het pand krijgt door het gebruik van glas een open en transparant karakter. “Je ziet het leven in het restaurant, waar je elkaar ontmoet en waar je informatie kunt krijgen”, zegt Armand Paardekooper Overman van OIII architecten. Hij studeerde vier jaar geleden af bij Bouwkunde.

In de tweede onderdoorgang (aan noordzijde) moet een campuscafé en -winkel komen. De entree blijft echter een onderdoorgang voor fietsers en goederenontvangst. Fietsers of voetgangers hoeven dan geen omweg te maken om naar de andere zijde van het pand te komen.

In de kelder komt een fietsenstalling, zodat fietsen niet meer buiten in het park staan. De fietsenkelder krijgt met een hellingbaan een open verbinding met de begane grond. Fietsers hoeven dan ook geen lift of trap te pakken. De plint moet verder ruimte bieden aan exposities voor CiTG en andere faculteiten.

Volgens de decaan moet de plint het Mekelpark levendiger, aantrekkelijker en sociaal veiliger maken. Bovendien moet de verbeterde entree de faculteit meer profileren. Bij De Quelerij leefde die wens al toen hij zeven jaar geleden bij de TU begon. “Het is nu doods, saai en donker. Het heeft geen uitstraling, geen levendigheid.”

Tegelijkertijd met de plint wordt de brandveiligheid aangepakt. Zo ligt het huidige bedrijfsrestaurant in een uithoek op de bovenste verdieping, wat ongunstig is wat betreft brandveiligheid. Ook moet ruimte efficiënter worden gebruikt. Op verdiepingen boven de plint wordt nu veel ruimte ingenomen door gangen.

De ruimte die vrijkomt door verplaatsing van het restaurant stelt de decaan beschikbaar aan de afdeling vastgoed. Een voor de hand liggende optie is dat Bouwkunde er in trekt, maar ook faculteiten als Techniek, Bestuur & Management, Industrieel Ontwerpen en Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek en Technische Materiaalwetenschappen kampen met ruimtegebrek.

CiTG richt alle lobbyruimtes momenteel in voor gebruik door vooral studenten, maar ook voor medewerkers. Dat bespaart ruimte die De Quelerij wil afstaan voor gebruik door derden. “Het pand moet een ontmoetingsplek worden voor het bedrijfsleven en maakt gebruik van ons gebouw”, zegt de decaan die daarmee vooral geld wil besparen.

Met alle leegstaande kantoorpanden aan de snelweg in het achterhoofd, vroeg or-voorzitter Dineke Heersma zich of dat wel zou gaan lukken. Vanwege financiële problemen staat deze faculteit voor 9,5 miljoen euro aan ombuigingen te wachten. Zij vroeg dan ook naar het budget, maar de decaan wilde daar vanwege de aanbesteding niets hardop over melden.

Op de vraag van een student of er nu ook een terras op de luifel komt, antwoordde de architect dat dat wel kan, maar dat daar nu niet in is voorzien. Het eerste ontwerp is vooral gericht op aansluiting van het park met het campuscafé en het restaurant.

Onduidelijk is nog in hoeverre er duurzaam wordt gebouwd. De TU onderzoekt de mogelijkheden nog. Er wordt al gedacht aan bijvoorbeeld zonnecollectoren en een sedumdak, maar niets is definitief. Vooral via de gevels ‘lekt’ nu veel energie weg.

Het werk aan de plint moet in 2011 beginnen en begin 2012 klaar zijn. Tot aan de opening is op een website van CiTG meer te lezen over vorderingen rondom de nieuwe entree. 

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.