Meer geld naar sport en cultuur, de aanstelling van een topsportloket en steun aan het project ‘Toproeien Delft’. Dat zijn de gevolgen van de goedkeuring van het businessplan dat de unit sport en cultuur voorlegde aan het college van bestuur.
Collegelid Paul Rullmann maakte dat bekend in de raadsvergadering. “Steeds meer mensen maken gebruik van de faciliteiten”, onderstreepte Rullmann de sterke overtuiging van het college van bestuur (cvb) van het belang van sport en cultuur, zeker in tijden van oplopende studiedruk als gevolg van bijvoorbeeld de langstudeermaatregelen.
Volgens genoemd businessplan hield de financiële steun geen gelijke tred met het sterk gegroeide gebruik door studenten van de sport- en cultuur-faciliteiten aan de TU. “Dat is nu dus aangepast”, aldus sport & cultuurdirecteur Raymond Browne, “we kunnen nu de deur op dezelfde manier open blijven houden voor het groeiend aantal studenten.”
De aparte notitie ‘Topsport TU Delft’ bevatte twee voorstellen: een samenhangend beleid en gecoördineerde ondersteuning van (erkende) topsportende studenten, wat nu nog ontbreekt, plus steun aan het door de studentenroeiverenigingen Proteus en Laga geïnitieerde project ‘Toproeien Delft’. De bevindingen van ruim anderhalf jaar onderzoek naar de opzet en mogelijkheden hiervan werden gebundeld in een notitie die inmiddels als het ‘blauwe boekje’ bekend staat. Voor genoemd toproeiproject stelt het college 75 duizend euro beschikbaar voor de komende twee jaar.
Uitgangspunt van beide roeiverenigingen, waarvan deze week opgeteld acht leden deelnemen aan het WK in Slovenië, is het overnemen van de toppositie in de Nederlands roeiwereld. De huidige aanleg van de roeibaan bij Rotterdam, die voldoet aan alle internationale wedstrijdeisen, past perfect bij de plannen. Er is samenwerking gezocht en gevonden met de Rotterdamse studentenroeivereniging Skadi. Daarnaast wordt met de colleges van Delft, Rotterdam en Leiden gepraat over mogelijke steun en samenwerking, net als (binnenkort) met de nationale roeibond die haar steun aan het plan al heeft toegezegd.
In het kader van het gewenste samenhangend beleid honoreerde het cvb tevens de vraag naar een op te richten topsportloket. Het daarvoor benodigde bedrag op jaarbasis is 40 duizend euro. Een op basis van 0,5 fte aan te stellen topsportcoördinator gaat zich bezighouden met zaken als het toetsen van de criteria van NOC*NSF, het overleggen met de studieadviseur over eventuele RAS-maanden, het ter beschikking stellen van sportfaciliteiten, contact leggen met de sportbonden en het regelen van sponsorovereenkomsten. Tevens zal hij of zij een centrale database aanleggen van de erkende topsportende TU-studenten, waar studieadviseurs, marketing & communicatie en het Valorisation Centre gebruik van kunnen maken.
“De topsportcoördinator moet er per 1 januari zijn”, zegt Browne, “zodat het loket met ingang van volgend studiejaar operationeel kan zijn.”
Naam: Gijsbert Koren
Leeftijd: 25
Woonplaats: Rotterdam
Verliefd/verloofd/getrouwd: verliefd
Studie: industrieel ontwerpen
Afstudeerrichting: vrije master
Afstudeerjaar: 2010
Loopbaan: Gijsbert Koren heeft een eigen ontwerpbureau. Hij ontwerpt iPhone-apps met Moop.me en Mooze Design. Met CrowdAboutNow doet hij aan crowd funding voor startende ondernemingen.
Bamboe is op het eerste gezicht niet het meest inspirerende materiaal voor een ontwerper. Meestal wordt het verwerkt in onopvallende mandjes of dienbladen. Maar Gijsbert Koren gebruikt bamboe met een heel andere, originele toepassing: hij maakt er molenwieken van. “Bamboe heeft een negatief imago”, zegt hij. “In landen als India wordt het gezien als materiaal voor de armen. Er rust een stigma op. Dat is volkomen onterecht, want het is een zeer veelzijdig materiaal, dat voor uiteenlopende producten kan worden gebruikt.”
Enthousiast klikt Koren door afbeeldingen op zijn computer. Stengels met een diameter van wel dertig centimeter schieten langs. “Van de vezels kunnen strips gemaakt worden. Je kunt het verlijmen, in plakjes snijden en zo fineer van bamboe maken. Dat levert bijvoorbeeld prachtige dikke tafels op.”
Het grootste deel van zijn onderzoek naar bamboe deed Koren in India, voor zijn afstudeeropdracht aan de faculteit Industrieel Ontwerpen. Daar ontdekte hij dat handwerklieden in India geen gebruik kunnen maken van de industriële methoden om bamboe te verwerken. Het merendeel van hen leeft op de armoedegrens. “Ze verdienen nog geen 1,70 euro per dag”, zegt Koren. “Dat is minder dan vijftig euro per maand. Het geld dat ze verdienen, geven ze meteen weer uit aan eten en een dak boven hun hoofd. Ze kunnen niets sparen; staan met bamboemandjes die tachtig roepie kosten op de markt. Naast hen staan verkopers met plastic mandjes van vijftig roepie. Daar kunnen ze niet tegenop concurreren. Ik snapte niet waarom ze die mandjes nog maakten, ze konden beter gaan innoveren.”
Indiase molens
Dat het niet zo simpel was, ontdekte Koren ook al snel. “Die handwerklieden kunnen niet het risico lopen om een nieuw product te bedenken. Als een nieuw product niet aanslaat, hebben ze niets te eten, omdat ze geen geld hebben om op terug te vallen. Bovendien hebben ze geen idee waar de markt behoefte aan heeft, omdat er vaak een tussenpersoon is aan wie zij hun spullen leveren. Ik wilde een bamboeproduct bedenken dat de handwerklieden in India een mogelijkheid geeft om meer te doen met de middelen die zij zelf hebben.”
En zo bedacht de industrieel ontwerper zijn windmolenwieken van bamboe. “In Westerse landen is daar een markt voor. In Nederlandse natuurgebieden willen ze bijvoorbeeld graag weer molens gebruiken voor afwatering. Een molen met glimmende wieken van staal past daar niet. Bamboe wel.” De clou van het verhaal: die bamboe wieken kunnen mooi gemaakt worden door de Indiase handwerklieden.
Nederlandse natuurverenigingen toonden direct belangstelling voor de wieken. De Rabobank in de Hoeksche Waard was de eerste die een bamboemolen bestelde. Die functioneert vooral als showcase: de windwatermolen laat zien hoe een molen werkt, maar heeft verder geen praktisch nut.
Koren: “Ik heb de mogelijkheden van het materiaal in kaart gebracht en in een product vertaald. Het mooiste zou zijn als een sociale ondernemer rechtstreeks opdracht aan de handwerklieden daar geeft, die mensen daar goed voor betaalt en vervolgens de hoogwaardige bamboeproducten naar Nederland of een ander Westers land exporteert.”
Voorlopig probeert hij het sociale ondernemerschap eerst uit met een simpeler product. Toen hij in India was, besloot hij samen met Indiërs kleurrijke prints te ontwerpen voor schoenveters. “Ik houd van simpele producten die een grappige waarde aan producten toevoegen. Veters zijn meestal saai, maar met een kleurrijke print erop zien je schoenen er ineens heel anders uit.”
De meeste Indiase textielprinters zagen er niet veel heil in. “Ze poeierden me af met opmerkingen als ‘ik denk niet dat het gaat lukken’ en ‘ik heb het veel te druk’.” De industrieel ontwerper gaf niet op en na een tijdje had hij beet. “Een strenge moslimfamilie was heel enthousiast. Ze vonden het wel raar om veters te bedrukken, maar accepteerden mijn uitleg dat ze dat in het Westen heel leuk vinden.”
Ze werden nog enthousiaster toen Koren hun inbreng serieus nam. “Ze hadden allerlei stempels liggen die ze voor sari’s gebruiken. Die pasten ook goed bij de schoenveters. De familie stelde voor om de veterpatronen op dezelfde manier op te bouwen als de saripatronen. Dat werkte prima.”
Het ongebleekte katoen wordt gekleurd met natuurlijke materialen. Het rood komt bijvoorbeeld van granaatappels, zwart uit ijzer. “Ik wilde geen chemische troep uit China importeren.”
Binnenkort komen zestig paar samples uit India en gaat Koren samen met een vriend winkels af om mensen enthousiast te maken voor het product. “Sneakerfreaks kopen hun schoenen heel bewust, ik denk dat we dus goede zaken kunnen doen in sneakerzaken”, zegt Koren. Het Victoria and Albert Museum in Londen heeft ook interesse in de veters.
De industrieel ontwerper verwacht er niet rijk mee te worden. Dat is ook niet zijn doel. Liever wil hij een ontwerper zijn die tegelijkertijd een sociale ondernemer is. De Indiase vetermakers betaalt hij een eerlijk loon. Ook de Indiase jongen met wie hij iPhone-applicaties ontwerpt, verdient evenveel als hij. “We werken allebei even hard en bovendien is hij beter dan ik, waarom zou ik dan meer moeten verdienen? Sommige mensen verklaren me voor gek en vinden dat ik hem teveel betaal, maar hij moet er zijn hele familie mee onderhouden.”
Van BMW tot fairtrade
Als klein kind wilde Koren al graag uitvinder worden. Willie Wortel was zijn grote held. Hij bedacht onder meer een auto die zich op lucht kon voortbewegen, met behulp van lucht die door trechters werd geblazen. “Dat sloeg natuurlijk nergens op, omdat het helemaal niet kan, maar ik vond het een spannend idee”, zegt hij. Dus toen hij met industrieel ontwerpen begon, wilde hij graag ontwerper worden bij BMW. Die stoere sportauto’s spraken hem wel aan. Nu is hij bevangen door duurzaamheid en fairtrade. “Ik ben anti-auto geworden”, zegt hij. “Ik heb niet eens een rijbewijs.”
Halverwege zijn studie interesseerde Koren zich meer voor kleine consumentenproducten, de laatste tijd komt daar ook nog sociaal verantwoord ondernemen bij kijken. Samen met een groep starters heeft hij het platform CrowdAboutNow bedacht. “Veel jonge mensen lopen rond met inspirerende ideeën voor een bedrijf of product, maar investeerders durven het niet altijd aan om er geld in te steken. Wij willen graag een grote groep enthousiaste mensen samenbrengen om de financiering zo toch rond te krijgen.” Hij vergelijkt het met een groep mensen die allemaal een tientje inleggen, om een cd van een beginnende band te financieren. Als genoeg geld is ingelegd, wordt de cd opgenomen en krijgen de financiers een exemplaar. “Zo willen we ondernemers met een goed, innovatief idee stimuleren.” De groep won de Gouden Impuls van de stad Utrecht om het initiatief van de grond te krijgen.
Wie via CrowdAboutNow wat geld in een nieuw bedrijf stopt, doet dat niet om daar rijk van te worden, denkt Koren. “Iedereen krijgt de inleg met winst terug, maar wie hieraan deelneemt, doet dat vooral uit betrokkenheid. De nieuwe bedrijfjes zullen ook geen smerige zaakjes uithalen in het buitenland door arbeiders daar een poot uit te draaien, want iedereen houdt een oogje in het zeil. Van die betrokkenheid profiteren de ondernemers ook. CrowdAboutNow heeft een enorm netwerk en als ze advies nodig hebben, wil iedereen dat graag geven.”
De industrieel ontwerper wil in de toekomst doorgroeien in design op het gebied van handwerk. “Ik wil graag naar andere landen om te zien wat de mogelijkheden zijn van materiaal en handwerk en daar dan vervolgens op inspelen met mijn ontwerpen. Het gaat mij niet om winst maken, maar om de samenwerking. Die combinatie van spannende ontwerpen maken, in samenspraak met handwerklieden, vind ik enorm inspirerend.”
Comments are closed.