Bij de werving en selectie van tien vrouwelijke wetenschappers voor een fellowship heeft de TU Delft geen verboden onderscheid gemaakt naar geslacht. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens (CRM).
Een alumnus van de TU voelde zich gediscrimineerd omdat hij als man niet kon solliciteren op een van de tien tenure track posities van het Delft Technology Fellowship.
De universiteit koos ervoor om deze wetenschappelijke functies van vijf jaar (met een eventuele aanstelling in vaste dienst) alleen voor vrouwen open te stellen om het aandeel vrouwelijke wetenschappers te vergroten. Afgelopen voorjaar kregen twaalf vrouwelijke wetenschappers een aanstelling onder het fellowship.
Volgens de Wet gelijke behandeling mag er bij werving en selectie geen onderscheid worden gemaakt op grond van geslacht. Daar geldt echter een wettelijke uitzondering op als het om voorkeursbeleid gaat die erop gericht is om structurele achterstanden weg te werken.
Eén van de belangrijke voorwaarden van voorkeursbeleid is dat de functie openstaat voor mannen en vrouwen en dat alleen bij gelijke geschiktheid de voorkeur naar een vrouw mag gaan. Volgens het CRM heeft de TU in dit geval ‘zeer grondig aangetoond dat de achterstand zo hardnekkig is, dat het nodig is een aantal functies alleen voor vrouwen open te stellen.’
Bij de behandeling van de zaak stelde de universiteit dat vrouwelijke wetenschappers aan de TU in de praktijk via allerlei (on)bewuste en onzichtbare uitsluitingsmechanismen werden en worden achtergesteld op mannen.
Zo laat volgens de TU de Glazen Plafond Index (Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2009) zien dat zich hindernissen voordoen voor vrouwen in de carrièrestap van promovendus naar universitair docent, van universitair docent naar universitair hoofddocent en van universitair hoofddocent naar hoogleraar. Met name in de stap van universitair docent (UD) naar universitair hoofddocent (UHD). De percentages vrouwelijk wetenschappelijk personeel bij de TU zijn volgens de universiteit mede daardoor zeer laag: 23% UD, 8% UHD en 9% hoogleraar.
De universiteit verwees ook naar een onderzoek van twee jaar geleden getiteld: ‘Structurele en culturele belemmeringen in de doorstroom van vrouwen naar hogere functies binnen de TU Delft’. Daaruit blijkt volgens de TU dat de ondervertegenwoordiging niet wordt veroorzaakt doordat vrouwen bijvoorbeeld minder uren werken of minder publiceren. Wel zouden de selectiecriteria voor het verkrijgen van hogere functies, en de toepassing daarvan, in de praktijk alleen gunstig voor mannen uitpakken.
Volgens de TU was de achterstand de afgelopen vijf jaar nauwelijks ingelopen ondanks eerdere initiatieven om meer vrouwen aan de top te krijgen. Zo had de universiteit ingesteld dat er in selectiecommissies voor de bevordering van universitair docenten naar universitair hoofddocenten minimaal één vrouw moet zitten.
Ook wordt tweemaal per jaar met managementteams besproken hoe het staat met de streefgetallen voor het aantal vrouwen en het daadwerkelijke aantal vrouwelijke wetenschappers dat bij de TU werkt. Ondanks deze maatregelen bleef het aantal vrouwelijke wetenschappers naar verhouding erg laag.
Daarom koos de universiteit ervoor om de tien wetenschappelijke functies alleen voor vrouwen open te stellen. Het CRM vindt deze tijdelijke maatregel niet in strijd met de wetgeving voor gelijke behandeling.
Comments are closed.