Door de nadruk op snel studeren ziet Oras de TU Delft veranderen van een academisch instituut naar een leerfabriek, zo schrijft de studentenraadsfractie aan het college van bestuur. ‘Het gevaar is (…) dat de universiteit een verlengde wordt van de middelbare school’.
De curriculumveranderingen van de bacheloropleidingen waren aanleiding voor Oras om het op 2 april met het college van bestuur weer eens te hebben over verschoolsing aan de TU. Studenten worden volgens Oras door hun studie heen gejaagd, ervaren hierdoor veel stress, leven in een zesjescultuur en hebben bovenal geen tijd meer voor extracurriculaire activiteiten.
De raadsfractie maakt zich zorgen over het toegenomen aantal verplichtingen, zoals tussentoetsen. Uit een evaluatie van de studentenraad, ruim een jaar geleden, bleek dat er erg veel van waren. Het college van bestuur liet toen weten dat week 5 en week 10 waren aangewezen als tentamenweken. Faculteiten zouden in maximaal dertig procent van alle tentamens mogen afwijken van deze regel als daar goede redenen voor zijn en de directeur onderwijs daarmee akkoord is gegaan.
Volgens een inventarisatie van Oras wordt die 30 procent nu overschreden. Het vele toetsen zou verschillende nadelen hebben: studenten met een goed gemiddeld cijfer na de eerste toetsen hoeven de laatste stof niet meer te beheersen om toch het vak te kunnen halen, en studenten met een slecht resultaat na de eerste toets kunnen gedemotiveerd raken.
Oras wil dan ook vasthouden aan week 5 en 10 voor tussentoetsen die meetellen voor een cijfer. Daarnaast wil Oras af van verplichte colleges en tussentoetsen die niet meetellen voor een cijfer. Colleges zouden juist zo interessant moeten zijn dat studenten er vanzelf naar toe willen gaan. Oras pleit dan ook voor een onderzoek naar aantrekkelijker onderwijs.
Verder zou elke student de vrijheid moeten hebben om te studeren op zijn eigen manier, vindt Oras. Voor sommige studenten werkt het huidige studieklimaat met structuur een stuk beter, maar voor anderen niet. Die zouden ‘afvinkstudenten’ worden: zorgen dat alles op tijd af is, tegen minimale moeite. ‘Is dit een ingenieur die de TU Delft wil afleveren?’, schrijft Oras.
UPDATE:
Anka Mulder beperkt zich tot een reactie op een brief van de gehele studentenraad (sr) die structuur graag terugziet in de opbouw van vakken en eenduidige communicatie daarover, en niet in verplichtingen. De sr meent dat de universiteit wel structuur moet aanbieden, maar dat de verantwoordelijkheid voor de studie uiteindelijk bij de student ligt. “Ik zie dat ook zo”, zegt Mulder. “En net als de sr vind ik dat ‘te veel’ verplichtingen en ‘te veel’ summatieve toetsen (voor een cijfer, red.) niet goed is.”
Helemaal geen verplichtingen is volgens Mulder geen optie. “Ik denk dat het zelfs de plicht is van een universiteit om structuur te bieden, zeker als een student net start, en studenten niet te laten zwemmen. Het gaat om de juiste balans tussen contact- en zelfstudietijd, eigen verantwoordelijkheid en de student aan de bal houden.” Verder is er wat Mulder betreft een verschil tussen wat een opleiding in het eerste jaar van de studie biedt aan structuur (‘meer’) en in het derde of in de master (‘minder’). “Hoe verder in de studie, des te meer zelfstandigheid je van een student mag verwachten.”
Dat studenten volgens de sr verschillende leerstijlen en voorkeuren hebben, vindt Mulder een ‘relevant punt’. “Meer en meer proberen docenten en onderwijsdirecteuren nu al om daarmee rekening te houden. Alexandru Iosup, die vorig jaar tot beste docent van Nederland werd gekozen, doet dat bijvoorbeeld door de psychologie van gaming en gamers in zijn onderwijs mee te nemen.”
Mulder wijst er op dat de TU ‘al lang een variëteit aan werkvormen heeft’, zoals colleges, projectonderwijs, colstructie (een mix van college en instructie, red.) en steeds meer vormen van online onderwijs, waarmee verschillende leerstijlen aan bod kunnen komen. “In de didactische training van docenten wordt aandacht besteed aan leerstijlen en onlangs is het onderwerp op een heidag van onderwijs- en opleidingsdirecteuren besproken.”
Het college verwacht in de nabije toekomst nog veel grotere stappen te kunnen zetten. “Bij EWI wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar hoe je big data onderzoek kunt gebruiken voor meer gedepersonaliseerd onderwijs”, zegt Mulder. “Want het liefst zou je per individuele student willen bekijken wat het beste onderwijs voor hem of haar is.”
Comments are closed.