De Vrije Universiteit is met de hakken over de sloot geslaagd voor de eerder uitgestelde instellingstoets die aantoont dat ze de kwaliteit van haar onderwijs in de hand heeft.
Onderwijskeurmeester NVAO geeft de VU nog twee jaar de tijd om te bewijzen dat haar nieuwe beleid vruchten afwerpt. Het is een opsteker voor de Amsterdamse universiteit die een roerige periode doormaakt.
Begin 2013 moest toenmalig rector Lex Bouter nog teleurgesteld bekennen dat de VU nog niet klaar was voor de kwaliteitstest: “We hebben ons huiswerk gewoon niet af”. Het onderwijsbeleid van de VU was op dat moment onduidelijk en ineffectief, bleek uit een proefvisitatie.
De maatregelen die de VU daarop nam, hebben effect gehad. Deze zomer werd bekend dat de ze de uitgestelde instellingstoets alsnog gehaald heeft, zij het “onder voorwaarden”. Nu staat het oordeel op de website van de NVAO. Die is onder de indruk van het werk dat de VU verzet heeft. De onderwijsvisie is aangescherpt en er wordt “een sterke urgentie” gevoeld om het onderwijs te verbeteren. Alleen zijn de resultaten nog niet allemaal zichtbaar.
Vóór 1 maart 2016 moet de VU laten zien dat alle opleidingen hun curriculum hebben geëvalueerd en waar nodig verbeterd. Ook moeten dan alle opleidingen goed omgaan met signalen van slecht onderwijs.
De Erasmus Universiteit Rotterdam en de Rijksuniversiteit Groningen gingen de VU voor: ook zij kregen het instellingskeurmerk onder voorwaarden, maar hebben inmiddels aan alle eisen voldaan. Tien andere universiteiten haalden de instellingstoets in één keer. Alleen de Open Universiteit is nog niet aan de beurt geweest.
Het instellingskeurmerk geeft universiteiten en hogescholen het recht om hun opleidingen de komende zes jaar minder uitgebreid te laten accrediteren. Als onderwijskeurmeester NVAO ervan overtuigd is dat ze goed onderwijsbeleid voeren, kan de accreditatie best wat beperkter, is de achterliggende redenering. Of het in de praktijk zo uitpakt, betwijfelen sommige universiteiten.
Comments are closed.