Universitaire studenten behalen steeds sneller hun bachelordiploma, meldt universiteitenvereniging VSNU. Dat zou vooral te danken zijn aan de ‘harde knip’ tussen bachelor en master.
Twee van de drie studenten die in 2010 begonnen, hadden binnen vier jaar een bachelordiploma op zak. Slechts 31 procent lukte dat in de drie jaar die er officieel voor staan. Toch is dat een verbetering. Van de groep die in 2005 begon, haalde maar 52 procent binnen vier jaar de eindstreep.
Volgens de universiteiten is die verbetering vooral te danken aan de ‘harde knip’ tussen bachelor- en masteropleidingen. Voorheen konden studenten al aan hun master beginnen als ze nog aantal bachelorvakken moesten afronden, maar sinds een aantal jaar is dat niet meer mogelijk. Eerst moet het bachelordiploma binnen zijn, dan pas mogen studenten beginnen aan hun vervolgopleiding.
Eenmaal in de master gaan studenten wat sneller. In de eenjarige masteropleidingen haalt 37 procent op tijd het diploma, in de tweejarige opleidingen is dat veertig procent, meldde het Hoger Onderwijs Persbureau gisteren. Na één jaar uitloop is driekwart afgestudeerd, zowel in de eenjarige als in de tweejarige opleidingen.
Universiteiten en hogescholen moeten het studietempo opvoeren anders krijgen ze uiteindelijk minder geld van de overheid. Elke instelling heeft zijn eigen doelen vastgesteld in de prestatieafspraken met het ministerie van Onderwijs.
In december concludeerde de commissie die de prestatieafspraken onder de loep neemt al dat de meeste universiteiten hun rendementsafspraken lijken te gaan halen. Sommige universiteiten doen het zelfs zo goed dat ze hun doelstelling al gehaald hebben, concludeerde de commissie toen.
Uit de ‘VSNU Jaarreportage prestatieafspraken 2014’ blijkt welke universiteiten dat zijn. De Erasmus Universiteit Rotterdam had de afspraken over bachelor-rendement (nominaal plus 1) eind 2013 al gehaald, net als de Radboud Universiteit, de TU Eindhoven en de universiteiten van Maastricht en Utrecht. De Amsterdamse universiteiten en de TU Delft lijken daar meer moeite mee te hebben. De precieze cijfers zijn niet duidelijk want de VSNU mag alleen landelijke cijfers naar buiten brengen, laat een woordvoerder weten.
Voor de hogescholen ziet het er minder rooskleurig uit. Daar is nog werk aan de winkel, schreef de reviewcommissie eind vorig jaar. Bij veel hogescholen is er weinig voortgang geboekt en bij sommige gaat het studietempo zelfs omlaag.


Comments are closed.