Staatssecretaris Zijlstra heeft ‘op voorhand geen reden om te twijfelen’ aan de informatie die door de TU Delft is verstrekt na aantijgingen in een artikel in NRC Handelsblad.
Wel heeft Zijlstra de behoefte om de informatie ‘te valideren’ om tot een ‘gedegen antwoord aan de Kamer’ te komen. De TU en het ministerie zullen dit samen oppakken. Dat laat de staatssecretaris weten na een gesprek met de voorzitter van de raad van toezicht (rvt) en de collegevoorzitter van de TU.
Zijlstra vroeg de universiteit om opheldering over beschuldigingen dat haar vastgoedbeheer en aanbestedingsbeleid niet deugen en dat regels voor bijklussende hoogleraren en bestuursleden onduidelijk zijn. In het artikel in NRC van 22 oktober kreeg de TU het verwijt niet zorgvuldig te zijn omgegaan met overheidsgeld, waaronder het gunnen van opdrachten.
NRC schreef ook over secundaire arbeidsvoorwaarden van het college van bestuur. In een interview met Delta verwees collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg daarvoor naar de rvt. Voorzitter Gert Jan Kramer stuurt een schriftelijke reactie ‘gezien het uitgebreide interview met de heer Van den Berg’.
Kramer schrijft daarin niet over de tienduizend euro die de TU sinds 2002 jaarlijks betaalt voor een Delfts appartement voor het in Haarlem wonende collegelid Paul Rullmann. “Dat is een regeling zolang als Paul Rullmann er is”, zegt hij later aan de telefoon. “Dat heeft te maken met zijn arbeidsomstandigheden. Ik ben niet van plan om een interview te geven.”
De rvt-voorzitter wil daarom ook niet ingaan op het gesprek met Zijlstra. “Moet alles uitgelegd worden?” Op de vraag of hij de regeling voor Rullmann wil uitleggen zegt hij: “Dat moet je aan de raad van toezicht vragen die in charge was toen Paul Rullmann werd aangenomen.” Kramer zegt ‘niet te kunnen vertellen’ of hij toen zelf al in de raad zat.
Paul Rullmann laat schriftelijk weten dat ‘de verblijfsregeling zo is afgesproken met de toenmalige raad van toezicht als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden bij mijn indiensttreding negen jaar geleden.’
NRC schreef ook dat rector Karel Luyben tot mei 2010 aandeelhouder en directeur was bij beleggingsfirma Buenco NV en dat hij die functie niet vermeldde bij zijn nevenwerkzaamheden op de TU-website noch op het overzicht van nevenactiviteiten dat hij medio 2009 aan de rvt stuurde.
Volgens Luyben was het mondeling afgehandeld. “Als Luyben zegt dat het mondeling is afgehandeld dan is dat zo”, zegt Kramer. Luyben heeft aangekondigd deze week schriftelijk te reageren.
Verder schrijft Kramer ‘volledig achter de lijn van het college van bestuur [te staan] om afstand te nemen van het beeld dat in het artikel wordt geschetst. Medewerkers en studenten van de TU Delft zijn terecht trots op onze universiteit en ik ben dat ook.’
Het NRC-artikel is volgens hem ‘voor een groot deel gebaseerd op onderzoek dat het college heeft laten uitvoeren met als doel om de bedrijfsvoering te verbeteren. Daarbij zijn, zoals bedoeld was, ook problemen blootgelegd. Daarop heeft het college actie genomen. Het is betreurenswaardig dat er in het artikel weinig tot niets is terug te vinden over die werkelijkheid bij de TU Delft.’
Wie wint heeft gelijk. Dat is het uitgangspunt bij het brassen – de manier waarop leden van studentenverenigingen hun geschillen beslechten. Dinsdag konden eerstejaars zich bij de Delftsche Studenten Bond bekwamen in het duwen en trekken aan elkaars revers. Voor de sfeer had de DSB een soort kooien ingericht waaromheen het publiek zich kon scharen. Van de acht teams wonnen de ‘qnullen’ bestaand uit Cengiz Callender, Rutger van den Berg en Philip Tegelberg.
Comments are closed.